Voorjaar 2018/7: Café Hammingh

Het busje van Winsum naar Pieterburen reed eens per twee uur en had plek voor vijftien personen. Bij de bushalte stonden twintig personen. Een wandelaar en zijn vrouw beweerden dat zij als eerste bij de bushalte aankwamen en dat de Duitse toeristen het laatst waren.

‘Waarom moeten Duitsers uitgerekend met Pinksteren naar Pieterburen,’ had de buurman gezegd. ‘Alsof ze zelf geen Waddeneilanden hebben.’

De volgorde van de wandelaar en zijn vrouw was niet in acht genomen. Zonder enig systeem hadden de reizigers zich in het busje gepropt. Sommige moesten staan, het merendeel daarvan was Duits. Een vrouw vroeg of Nora op de plek van haar hondje wilde zitten. Nora had de vrouw oprecht gehaat om deze onnozele vraag. Schaarste en hitte haalden niet het beste in de mens naar boven.

In Pieterburen begon de wandeltocht naar een gehucht in Groningen. Een wandelcommissie had het Pieterpad bedacht. Van Pieterburen tot de Sint-Pietersberg was het pad gemarkeerd met rood-witte tekentjes. Sindsdien volgden hele volksstammen de pijltjes, geplakt op paaltjes en geschilderd op houten hekjes.

Nora hield de buurman met gemak bij. De wandelschoenen waren zwaar. Zodra ze slenterde, kloste ze over het pad. De pas erin houden was makkelijker. Wel had ze zweet issues en durfde ze haar bovenbenen niet te ontbloten. Ze wurmde zich in een opgerolde legging toen haar spijkerbroek schuurde, eigenlijk haar pyjama.

Midden in een veld vol vlinders ritste de buurman zijn broekspijpen af. Liggend op een picknicktafel luisterde hij naar de vogels. Nora bespiedde zijn gespierde benen.

Hij kuste haar om de zoveel tijd. Zijn tong draaide nadrukkelijk om de hare. Voorheen had hij de draairichting in het midden gelaten. Aangezwengeld door de omliggende molens leek hij definitief te kiezen voor links. Nora was linkshandig. Wellicht had het er iets mee te maken.

Ze misten een pijltje en raakten van het pad. Kilometerslang liepen ze naast een provinciale weg. In een dorp dronken ze koffie op hetzelfde terras als de wandelaar en zijn vrouw uit het busje. De man praatte over de verschillende etappes en het prachtige Nijverdal waar hij woonde. Zijn vrouw zei niets.

‘Wat een ouwehoer,’ zei Nora na de koffie.

‘Overduidelijk uitgepraat met zijn vrouw,’ zei de buurman.

‘We moeten andere wandelaars zien te ontlopen,’ besloot Nora. ‘Ik wil liever met jou praten.’

In Garnwerd namen ze hun intrek in een omgebouwde varkensstal.

‘We moeten praten,’ zei de buurman tijdens het avondeten. Ze zaten ondergedoken in een ranzige pizzeria. In het prestigieuze Café Hammingh hadden ze speciaalbieren gedronken en gekeken naar de voorbijvarende plezierjachten. De Groningse Rivièra doopten ze het gehucht. De buurman had Nora in haar korte broek gekregen. Op slippers hadden ze met verzuurde spieren vrolijk over het zonovergoten terras gezwalkt. Tot er in Hammingh een buffet was geopend waar ze aan lange tafels met andere wandelaars hadden moeten praten.

‘Waarover,’ vroeg Nora.

‘Over ons,’ zei hij. ‘Over waar dit naartoe leidt.’

‘Dat lijkt me nogal logisch,’ zei Nora. Ze schonk haar glas vol met gore rosé. ‘Dit leidt namelijk naar…de Sint-Pietersberg.’

 

(Elke woensdagmiddag een nieuw avontuur, rond de klok van twaalf uur.)

 

LEZEN IS GRATIS, LIKEN OOK!