Zomer 2017/2: Milf

Tegen de tijd dat Jasmijn thuiskwam was er een politiemacht op de been. Ze was onder een politiehelikopter door gefietst. In de straat schaarde ze zich bij de omstanders en viste naar de toedracht. Een agent stuurde haar naar huis. Twee toeristen die een Airbnb geboekt hadden in het afgezette stuk straat zaten beduusd op hun rolkoffers.

De schutters waren gevlucht op een scooter. Tot laat in de avond scheen een rechercheteam met zaklampen in de bosjes. Er werd een politieauto in brand gestoken tijdens het onderzoek. De brandstichter werd ook niet gevonden. Alleen het slachtoffer met de kogels in zijn been was getraceerd.

‘Vanaf nu gaat de avondklok in,’ zei Nora voor het slapengaan. ‘Jij bent elke dag op tijd binnen, Jasmijn.’

Het slaapkamerraam stond open. Ze hadden nog een explosie gehoord, vuurwerk of iets dergelijks, er was niets in de fik gevlogen.

‘Het is oorlog in deze straat,’ zei Nora.

‘Kunnen we niet verhuizen,’ vroeg Jasmijn.

‘Toen we hier kwamen was het erger,’ zei Nora. ‘Je kon nergens koffiedrinken. Er waren alleen cafés voor mannen en op straat scholden jongens me uit voor milf.’

‘Milf is toch iets met een moeder?’

‘Eigenlijk is het een compliment,’ zei Nora. Ze kriebelde over de rug van haar dochter. In haar andere hand hield ze een boek dat ze probeerde te lezen. ‘Gelukkig ging die vervelende generatie weg.’

‘Waarnaartoe?’ vroeg Jasmijn.

‘Ze zijn verhuisd of getrouwd of ze zitten in de gevangenis.’

Aan de overkant kermde een junk om heroïne aan de deur bij een dealer. Op het dak krijste een meeuwenkolonie. De parkietenpopulatie had zich uit de binnentuin laten verdrijven. Momenteel trok de buurt een ordinair soort bewoners aan.

‘We wachten tot het overwaait,’ zei Nora. ‘In ieder geval hoef ík nooit meer veelplegers te bezoeken. Daar heb ik mezelf voorgoed van verlost.’

‘Hoe is het op je nieuwe werk,’ gaapte Jasmijn.

‘Dat vertel ik je morgen.’ Nora gaf kusjes tussen haar schouderbladen. Kusjes wilde Jasmijn allang niet meer. Ze was te moe om zich te verzetten.

Op zaterdag nam Nora haar dochter mee naar een festival om de wijk te ontvluchten. Jasmijn stond stil in de dansende menigte en bestudeerde het publiek met een ernstige blik.

‘Sta je er ook zo bij op een Fris feest?’ vroeg Nora. ‘Als je de muziek niet begrijpt, zak je gewoon lichtjes door de knieën.’

Jasmijn veerde een paar keer ongecontroleerd op en neer.

‘Maar wel op de maat!’ Nora telde: ‘Eén, twee, drie…’ Haar dochter pakte het ritme.

‘En altijd mild glimlachen,’ adviseerde Nora. ‘Op de dansvloer moet je niet zo serieus kijken.’

Na achten namen ze de pont terug naar huis. Aan de Westerdoksdijk vierden een groep Duitsers een vrijgezellenfeest. De bruidegom had een delirium en sprong in ’t IJ. Ze aanschouwden het zoveelste opstootje in de stad. De drenkeling werkte niet mee aan de reddingspoging. Met grof geweld trok de havenpolitie hem op een boot.

‘Mam, ik hou van Amsterdam,’ zei Jasmijn. Ze lachte het spleetje tussen haar tanden bloot.

 

(Elke woensdagmiddag een nieuw avontuur, rond de klok van twaalf uur.)