Najaar 2017/6: Stijf

Carola Hagesteijn reisde per trein en vouwfiets van Culemborg naar Amsterdam. Ze vertelde dat ze Amsterdam miste. Haar man vond Amsterdam te druk. In Culemborg bewoonde ze een vrijstaand huis met hem.

Ze was de grondlegger van de sociale vaardigheidstraining. Nora was in de leer om trainer te worden. Een beetje opvoedadviseur kon ook trainen.

Nora had bij de intakes van de kinderen gezeten. Er was een lijst met doelen waar ze aan konden werken. Carola legde drie doelen in de mond van ieder kind. De kinderen gaven zelf hun begincijfer. Het eindcijfer bepaalde of het doel behaald was. De ouder gaf ook een cijfer. En de leerkracht ook. Dat moest van de gemeente. De certificering leunde op effectmetingen.

‘Heb je het evaluatieformulier naar de leerkrachten gestuurd?’ vroeg Carola in de recreatieruimte van het wijkcentrum. Ze hadden het meubilair aan de kant geschoven. De training startte over een uur. Ze moesten dingen doorspreken. Het ging over formulieren.

‘Leerkrachten hebben geen tijd voor zoveel administratie,’ zei Nora. ‘Ze zijn bezig met de kerstviering. En er zitten nog achtentwintig andere kinderen in de klas.’

Er gleed een gele intercity over het spoor van het Muiderpoortstation. Het openbaar vervoer was op gang gekomen na de sneeuwstorm. Nora was naar haar werk gefietst en had gedeeltelijk gelopen. De sneeuw had haar verblind. Ze had een zonnebril moeten dragen in plaats van de laagjes kleding waar ze in was gaan zweten.

‘Leraren leren enorm veel van deze training.’ Aan een tafel tegen de muur lijmde Carola leerdoelen op  werkboekjes. ‘Je start te traag op,’ zei ze. ‘De financiering hangt af van deze formulieren.’ Ze streek slierten grijs haar achter haar oor. ‘En je eigen evaluatieformulier?’

‘Moet ik mezelf evalueren?’ vroeg Nora.

‘Met cijfers ja,’ zei Carola.

‘Je kunt over een paar weken toch zien hoe het gaat?’

‘Dat is te vaag.’

‘Er staan dingen op die ik nog nooit heb gedaan.’

‘Op die onderdelen scoor je laag.’ Carola likte langs de schilfertjes rond haar lippen.

‘Misschien ben ik er meteen heel goed in,’ zei Nora.

Resoluut stond Carola op. Bijna lazerde ze om. Haar benen waren broos. Eind zestig, schatte Nora haar in. Ze had geen kleinkinderen. De sociale vaardigheidstraining was haar kindje.

Nora greep haar ellenboog vast.

Alle kinderen waren present ondanks de sneeuw. Ze vonden de rollenspelen leuk. Carola regisseerde hen goed. Ze liet ze reageren als een leeuw, verlegen als een schildpad of trots als een pauw.

‘Welk onderdeel doe jij?’ vroeg ze in de pauze.

‘De ontspanningsoefening,’ zei Nora. ‘Ik lees het verhaal voor waar mijn dochter van in slaap valt.’

‘We houden ons aan de verhalen in het draaiboek,’ zei Carola. ‘Let je op de leerdoelen van jouw kinderen? We meten aan het eind van iedere bijeenkomst.’

Na de pauze leerden ze om stevig te staan. Carola demonstreerde de Gouden Haan. Ze strekte een been voor zich uit en zwaaide het naar achter. Bijna lazerde ze om.

Geschrokken ving Nora haar op. ‘Mens, wat ben jij stijf!’ floepte ze eruit.

 

(Elke woensdagmiddag een nieuw avontuur, rond de klok van twaalf uur.)