Winter 2017/1: Selectief

Nora vertrouwde Tommie ook niet. Ooit had hij haar voor zichzelf. Hij had het uitgemaakt. Ruimbaan voor de vrouw die alles goed zou maken. Tommie zocht een vrouw die voor hem zorgde, zijn bedrijfsadministratie deed, de moeder van zijn kind werd en bloedmooi bleef. Zo’n vrouw was Nora niet.

‘We kiezen niet voor elkaar,’ zei Nora. ‘Maar als we over tien jaar nog steeds samen zijn, worden we samen oud.’ Ze trok de pyjamabroek aan die ze aan het voeteneind teruggevonden had.

‘Oud en vertrouwd,’ zei Tommie.

‘Maar niet verliefd,’ zei Nora. ‘Verliefd word ik alleen op verslaafde mannen.’

Zo was Tommie een belofte voor later geworden. Misschien was een belofte hetzelfde als een illusie. Uiteindelijk stond ze er nog steeds alleen voor. Beloftes maakten het leven dragelijk. Zeker nu de winter voor de deur stond.

De herfst leek op een winter. Op een neerslachtige dinsdag fietste ze naar de Frankendael School. Bekogeld kwam ze binnen. De hagel had witte spikkels in haar foundation geslagen.

Nora werkte niet op basisscholen. Ze verving een zieke collega. Ze had kunnen zeggen: ‘Sorry, maar ik doe geen jonge jeugd en ik moet mijn grenzen bewaken.’ Haar invalcontract was omgezet in een vast contract. Hulpvaardig overkomen hoefde niet meer. De andere vrouwen met een vast contract bewaakten hun grenzen de godganse dag.

Het overleg vond plaats op kleuterstoeltjes in een gymzaal. De zieke collega had een hernia door het baren van vier zonen. Vergaderen op kleuterstoeltjes was ook niet bevorderlijk geweest.

De juf besprak een meisje met selectief mutisme. Het meisje praatte niet in de klas. En ze deed haar werkjes niet. Thuis deed ze haar werkjes evenmin, volgens de vader. Hij gaf de moeder de schuld. De moeder gaf de tweeling de schuld. De tweeling lag te krijsen in een dubbele kinderwagen.

Nora wilde dingen vragen. Wanneer praatte het meisje wel? Luisterde ze naar de balletjuf? Ze kwam er niet tussen. Nora kon niets met groepen mensen. Groepen waren als een web, onlogisch gesponnen praatdraden, waarvan Nora de insteek nooit vond.

In de namiddag fietste ze naar Dokter Bosman, het was niet werkgerelateerd. Ze had last van ADD, de dromerige variant van ADHD. Vier gedachten tegelijk, geen één gedachte maakte ze af.

Er was een drukke periode aan voorafgegaan. Een periode met twee banen, puberperikelen, autorijlessen en een amour fou. In die periode wenste ze gediagnostiseerd te worden. Dat was in het voorjaar.

‘Ik neem twee vragenlijsten af,’ zei de psycholoog van Dokter Bosman.

Nora had natte sokken. Ditmaal was ze niet bekogeld met hagel maar gestenigd. De vragenlijsten oogden lang. ‘Het is eigenlijk niet meer nodig,’ besloot ze. ‘Ik heb nu een rustige baan. Eerst rende ik achter veelplegers aan.’

Ze stond op. Nora wilde naar huis, droge sokken aantrekken. ‘Ik raak nog steeds overprikkeld in groepen. Daarom heb ik maar één huisgenoot; mijn dochter.’

‘Uitstekende zelfregulatie,’ knikte de psycholoog.

‘ADD is zo 2017. Ik zit te denken aan een nieuwe aandoening,’ zei Nora bij de deur. ‘In 2018 lijd ik aan selectief mutisme.’

 

(Elke woensdagmiddag rond de klok van twaalf uur, een nieuw avontuur.)